Christian Vinck ziet zichzelf als een kunstenaar die thuishoort in een lange traditie van amateurschilders. Dat wil zeggen, voor hem draait het niet zozeer om de techniek, maar meer om zijn onderwerpen. Hij vergelijkt zijn artistieke proces met vissen, schilderen verschaft hem namelijk kostbare ruimte voor het verwerken van zijn enorme, eclectische verzamelingen met bronnenmateriaal. Die verzamelingen lopen uiteen van stickerboekjes, platenhoezen en honkbalkaartjes tot krantenknipsels, historische encyclopedieën en gevonden foto’s. Met behulp van dit soort bronnenmateriaal en zijn verzamelwoede, en door middel van een dagelijks schilderritueel, is zijn oeuvre zich, jaar in, jaar uit, geleidelijk aan het ontvouwen. Hier raken persoonlijke verhalen vermengd met kleine geschiedenissen, micronarratieven en fictieve verhalen gebaseerd op echte gebeurtenissen, mensen en niet-menselijke soorten.

Voor deze tentoonstelling vormde de persoonlijke ervaring van Vinck met migratie – hij werd geboren in Maracaibo, Venezuela en woont en werkt tegenwoordig in Madrid, Spanje – de inspiratie voor een centraal thema: vlucht. De tentoonstelling bestaat uit meer dan 200 nieuwe olieverfschilderijen op doek die hij in de afgelopen vijf jaar, tot aan het moment van de opening van de tentoonstelling, heeft geschilderd. Samen zijn ze ‘Album #8, Alt’, een verzameling die bestaat uit vier series. Voor één daarvan heeft hij een officieuze geschiedenis van de luchtvaart in Latijns-Amerika in kaart gebracht en geïllustreerd. Een andere bestaat uit een serie wolken, gebaseerd op gebruikte stickervellen. In een derde serie zien we zijn obsessie met het naschilderen van twee hondenrassen zoals afgebeeld op Italiaanse keramische tegels. Voor de laatste serie schilderde hij Turpiales, de nationale vogel van Venezuela en Curaçao, en Pinzones, oftewel vinken, waarmee hij tevens verwijst naar zijn achternaam. (Vinck is zowel van Nederlandse als Venezolaanse afkomst).

Tijdens de ontwikkeling van deze werken ging de kunstenaar zich in toenemende mate richten op het Nederlandse en Spaanse erfgoed waarmee de cultuur van het gedeelte van het Caraïbische gebied waar hij opgroeide is doordrenkt. Zijn fascinatie voor het in beeld brengen van afbeeldingen wordt niet alleen gevoed door de dominante geschiedenissen en officiële archieven, maar is in grote lijnen gebaseerd op mondelinge overlevering en stadslegendes. In zijn tentoonstelling wordt aandacht besteed aan de op het eerste gezicht betekenisloze spullen waarmee mensen zich omringen; eenmaal bij elkaar gebracht, kan dit patchwork van visuele fragmenten leiden tot meer informele manieren om erfgoed te creëren en culturele identiteit uit te drukken.

Dit is de eerste tentoonstelling van de kunstenaar in Nederland.

—Ondersteund door

AMMODO, Acción Cultural Española (AC/E), Mondriaan Fonds droeg middels het experimenteerreglement bij aan het honorarium van de kunstenaar,